
Hoe ziet deze bacterie eruit?
Deze bacterie ziet eruit als een klein staafje van doorgaans zo’n 1 tot 4 micrometer lang. Dat is klein als je weet dat er 1000 micrometers in één millimeter passen. De naam van dit geslacht eert Matthew D. Collins, een Engelse microbioloog die heel wat nuttig onderzoek verricht naar classificatie van bacteriën.

Wat weet de wetenschap al over deze bacterie?
Collinsella kan niet goed tegen zuurstof en is dus moeilijk op te groeien in het labo. We weten wel al dat er verschillende soorten bestaan, zoals Collinsella aerofaciens, Collinsella intestinalis en Collinsella tanakaei. De naam van de eerste soort verwijst naar zijn vermogen om gas te kunnen produceren. Collinsella intestinalis verwijst naar de plaats waar deze bacterie voorkomt, namelijk de darmen (of ‘intestines’ in het Engels). Collinsella tanakaei eert Ryuichiro Tanaka, een Japanse microbioloog die sterk bijdraagt aan kennis rond darmbacteriën en probiotica. Zo heeft elke soort een eigen unieke naam met een bijzondere betekenis!
Verder weten we al dat het genoom van Collinsella varieert van zo’n 1,8 tot 2,8 miljoen basenparen met ongeveer 2000 genen. Dit wil zeggen dat deze bacterie wel 2000 verschillende stofjes kan produceren.

Wat doet deze bacterie in mijn darmen?
Collinsella is een belangrijke inwoner van je dikke darm en heeft unieke eigenschappen. Enerzijds is deze bacterie dol op etensresten die je zelf niet kan verteren. Denk maar aan vezels uit groenten en fruit. Wanneer Collinsella aan het werk gaat, verandert hij die complexe koolhydraten in nuttige stofjes, zoals korte-keten vetzuren.
Een voorbeeld van een korte-keten vetzuur dat Collinsella kan aanmaken is acetaat. Bepaalde darmbacteriën kunnen dit op hun beurt gebruiken en verder omzetten naar butyraat of boterzuur. Denk maar aan Faecalibacterium bijvoorbeeld. Zo werken darmbacteriën samen in een fijn netwerk en helpen ze elkaar. Butyraat kan vervolgens als energiebron voor je darmcellen dienen en zo bijdragen aan een gezonde, sterke darmwand. Op die manier lekken schadelijke stofjes minder makkelijk door de darmwand.
Anderzijds weten we al dat Collinsella een rol speelt bij vetverwerking. Wanneer je vetrijke voeding consumeert, komen er vetten in je darmen terecht. Als gevolg hiervan gaat je lever aan het werk om galzuren aan te maken. Die galzuren komen in je darmen terecht en dienen om vetten te verteren. Collinsella kan op zijn beurt galzuren in je darmen beïnvloeden. Zo kan deze bacterie mee bepalen in welke mate vetten uit de voeding opgenomen en verwerkt worden.
Als Collinsella heel actief wordt, zien onderzoekers soms hogere vetwaarden en cholesterolwaarden in het bloed. Maar helemaal geen reden tot paniek! Alles is afhankelijk van de context en omstandigheden. Zo bestaat je eetpatroon normaal gezien niet uitsluitend uit vetten maar worden er ook vezels, eiwitten, … voorzien voor de darmbacteriën. Bovendien is Collinsella ook niet op zijn eentje aanwezig in je darmen en houden de verschillende darmbacteriën elkaar ook in balans door fijn samen te werken.

Komt hij nog ergens anders voor?
Hoewel Collinsella zich het meest thuis voelt in de darmen van mensen en dieren, vonden onderzoekers deze bacterie ook al op andere plaatsen. Dat geldt bijvoorbeeld voor Collinsella vaginalis. Ja, je raadt het al 😉 Deze soort werd oorspronkelijk geïsoleerd uit een vaginaal staal in 2016. De exacte rol in de vagina blijft nog een raadsel maar dit is zeker verder onderzoek waard.
