Ruminococcoides

Hoe ziet deze bacterie eruit? 

Ruminococcoides heeft de vorm van kleine bolletjes en lijkt een beetje op een open parelketting. Dezebacteriën zijn, afhankelijk van de precieze soort, vaak niet groter dan 1 micrometer. Dat is klein als je weet dat er 1000 micrometers in één millimeter passen. Vaak hangen deze bacteriën per twee of zelfs in lange strengen samen.

microscoop

Wat weet de wetenschap al over deze bacterie? 

Wel, vrij recent vond er een taxonomische update plaats waarbij Ruminococcoides werd afgesplitst van Ruminococcus. Die update zit ook vervat in de naam van dit nieuwe geslacht. Ruminococcoides betekent immers niets minder dan ‘gelijkaardig aan Ruminococcus’. Het geslacht Ruminococcus werd al tientallen jaren bestudeerd. Die naam verwijst op zijn beurt naar de voormaag (of ‘rumen’ in het Engels) van herkauwers, waar deze bacteriën ook teruggevonden worden.

Ruminococcoides kan niet goed tegen zuurstof en is dus moeilijk op te groeien in het labo. We weten wel dat er verschillende soorten bestaan, zoals Ruminococcoides bromii, Ruminococcoides intestinalis en Ruminococcoides intestinihominis.

Verder weten we al dat het genoom van Ruminococcoides varieert van zo’n 2,5 tot 4,5 miljoen basenparen met wel meer dan 2000 genen. Dit wil zeggen dat deze bacterie meer dan 2000 verschillende stofjes kan produceren.

Wat doet deze bacterie in mijn darmen? 

Ruminococcoides is een belangrijke inwoner van je dikke darm. Het is een harde werker die dol is op etensresten die je zelf niet kan verteren. Denk maar aan zetmeel en vezels uit groenten en fruit. Wanneer Ruminococcoides aan het werk gaat, verandert hij die complexe koolhydraten in nuttige stofjes. Dat zijn enerzijds eenvoudigere suikers die andere nuttige darmbacteriën op hun beurt kunnen gebruiken. Anderzijds zijn dit korte-keten vetzuren die energie geven aan je darmcellen en op die manier bijdragen aan een gezonde, sterke darmwand. Bijgevolg lekken schadelijke stofjes minder makkelijk door de darmwand.

Ruminococcoides bromii gebruikt bijvoorbeeld resistent zetmeel uit onze voeding. Dat zijn zetmeelmoleculen die ‘ontsnappen’ of resistent zijn aan de vertering in je dunne darm en bijgevolg in je dikke darm terechtkomen. Daar zet deze bacterie het resistente zetmeel om in butyraat of boterzuur. Dit is ook een voordelig korte-keten vetzuur dat energie geeft aan je darmcellen en zo bijdraagt aan een gezonde darm. Verder is butyraat ook in staat om ontstekingen te remmen. Op die manier zorgen darmbacteriën er dus ook voor dat je afweersysteem wordt versterkt en blijft de vrede bewaard in je darmen.

Daarnaast kunnen sommige Ruminococcoides soorten ook B vitamines zoals vitamine B2 of riboflavine aanmaken, wat bijdraagt aan de vitaminebalans in je darm. In onze VIAB2L studie krijgt riboflavine een centrale rol en kunnen we dit verder onderzoeken. Interessant! 🙂

Hoewel veel Ruminococcoides soortenzoals Ruminococcoides bromii gunstig zijn, tonen sommige studies dat bepaalde soorten, zoals Ruminococcoides gnavus, geassocieerd kunnen zijn met ontstekingsziekten. Dit benadrukt dat de context en soort belangrijk zijn.

Kortom, een vezelrijk dieet wordt goed gesmaakt door Ruminococcoides. Deze bacterie is achter de schermen druk bezig om je spijsvertering vlot te laten verlopen en je weerstand in balans te houden! Door zijn vermogen om resistent zetmeel af te breken en butyraat te produceren, staat vooral Ruminococcoides bromii op de radar als mogelijke toekomstige probiotica. Wat zijn dat nu weer, die probiotica? Probiotica zijn levende micro-organismen die een gezondheidsbevorderend effect hebben indien ze toegediend worden in voldoende mate. Nuttig voor verder onderzoek dus! 🙂

Waar komen ze nog voor?

Komt hij nog ergens anders voor?

Ruminococcoides voelt zich het meest thuis in je darmen. Wanneer deze bacterie zich verplaatst buiten zijn vertrouwde omgeving, kan hij niet zo goed overleven omdat hij heel gevoelig is voor zuurstof. Ruminococcoides werd eerder ook al teruggevonden bij herkauwers zoals schapen en koeien. Zo wordt het duidelijk dat deze bacterie graag verblijft in een gastheer en beroep doet op voeding die geconsumeerd wordt (bijvoorbeeld plantenvezels).