Samen strijden tegen vaginale schimmelinfecties!

Enkele jaren na de start van ons Isala project lanceerden we de DeVEnIR studie, tezamen met onze collega’s van KU Leuven, Hans Knöll Instituut in Jena en het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). In deze Isala dochterstudie onderzoeken we de rol van het microbioom bij vaginale schimmelinfecties. Daarvoor liep een intensieve rekruteringsperiode van april 2024 tot en met december 2025, waarbij we hulp kregen van zo’n 250 enthousiaste deelneemsters.

Logo DeVEnIR-studie

Vaginale schimmelinfecties achter een gordijn van taboe

Wist je dat ongeveer 70% van alle vrouwen wereldwijd wel eens last heeft van een vaginale schimmelinfectie? En sterker nog: 5% tot 10% van alle vrouwen heeft zo’n infectie zelfs vier of meer keer per jaar! Zo’n vaginale schimmelinfectie (ook wel vulvovaginale candidiasis genoemd) gaat typisch gepaard met klachten, zoals jeuk, een branderig gevoel en een wijziging in vaginale afscheiding. En die klachten kunnen echt vervelend zijn of zelfs schaamte oproepen. Net daarom is dit een taboe en blijft het probleem nog veel te vaak onder de radar. Hier brengt ons multidisciplinair team van onderzoekers graag verandering in.

Een herkenbare naam voor een grootse studie

Nee hoor, dit is geen les Frans! De naam van onze studie, DeVEnIR, is een samentrekking voor een lange studienaam die luidt als volgt: Defining Vulvovaginal candidiasis – Elements of Infection and Remedy. Met zo’n afkorting weet iedereen in een vingerknip over welke studie het gaat. En dat is zéker belangrijk aangezien ons Isala team ondertussen al meerdere dochterprojecten lanceerde, elk met een unieke naam. Even samenvatten: met de DeVEnIR studie nemen we vaginale schimmelinfecties en de rol van het microbioom onder de loep (naast een heleboel andere dingen!).

Vrouwen mét en zonder infecties

Tussen april 2024 en december 2025 zochten we verschillende groepen van deelneemsters:

  1. De eerste groep bestond uit vrouwen met een spontane vaginale schimmelinfectie, die ofwel voor de eerste keer optrad of opnieuw na een lange periode (1-2 jaar). Deze deelneemsters kwamen voornamelijk in onze studie terecht dankzij een bezoek aan hun huisarts of gynaecoloog.
  2. De tweede groep bestond uit vrouwen die last hebben van vaginale schimmelinfecties op terugkerende basis, zo’n vier of meer keer per jaar. Zij namen stalen af op het moment van een infectie of tussen het hebben van infecties door. Enkele deelneemsters bezorgden zelfs waardevolle stalen op twee tijdspunten.
  3. De derde groep bestond uit vrouwen zonder vaginale infecties en dus zonder vaginale klachten gerelateerd aan een schimmelinfectie. Deze groep vrouwen is van groot belang als controlegroep om data te kunnen vergelijken.

Er werden honderden stalen verzameld!  Elke deelneemster nam minstens drie verschillende vaginale swabs af, elk met een specifiek doel: één voor microbioomanalyse, één voor immuun- en metabolietanalyse en één voor het opkweken van schimmels en bacteriën in het labo om ze nadien in meer detail te kunnen bestuderen. Daarnaast vulden alle deelneemsters ook een zeer uitgebreide vragenlijst in. Die waardevolle informatie helpt ons om te onderzoeken hoe verschillende factoren (denk maar aan voeding, hygiënegewoontes of medicatie) mogelijk verband houden met het ontstaan van schimmelinfecties.  

Stalen onder de loep

Sinds we de stalen ontvingen in ons labo, zijn we druk in de weer met de verwerking. Er staat heel wat op ons lijstje; Zo bepalen we het vaginale microbioom van onze deelneemsters met behulp van hoogtechnologische DNA‑sequencing technieken. In het labo bekijken we daarnaast de gekweekte bacteriën uit de swabs van dichtbij, terwijl onze collega’s van de KU Leuven, dankzij hun expertise, de schimmels voor hun rekening nemen. Ook onze partners van het Hans Knöll Instituut in Jena werken hard mee: zij brengen stofjes van het afweersysteem  in kaart. Door al deze gegevens te combineren met de antwoorden uit de vragenlijsten, hopen we beter te begrijpen welke rol het microbioom speelt bij vaginale schimmelinfecties. Uiteraard ontdekken onze deelneemsters als eerste hun persoonlijke resultaten én houden we jou op de hoogte van nieuwe inzichten op deze webpagina.

Een enthousiast team van onderzoekers!

Achter elke studie staat een enthousiast team van onderzoekers! Maline Victor (doctoraatstudente) en Dr. Vanessa Croatti (Isala postdoctoraal onderzoekster) staan aan het roer van dit dochterproject van Isala. Uiteraard kunnen zij rekenen op enkele bekende Isala gezichten zoals Professor Sarah Lebeer (de enige echte!), Professor Veronique Verhoeven (de arts van Isala) en Dr. Sarah Ahannach (aanwezig van bij de start van Isala). Voor deze studie werkt ons Isala team ook samen met het UZA en de onderzoeksgroep van Professor Patrick Van Dijck (met daarin Dr. Paul Vandecruys en Dr. Silke Baldewijns) aan de KU Leuven en de onderzoeksgroep van Dr. Mark Gresnigt (met doctoraatstudente Karen Cheng) aan het Hans Knöll Instituut in Jena (Duitsland). Zowel Professor Patrick Van Dijck als Dr. Mark Gresnigt hebben aanzienlijke expertise op het gebied van vaginale schimmels! Teamwork makes the dream work. We bedanken graag FWO voor het sponsoren van deze studie.

Bacteriën en schimmels in de vagina

We analyseerden ondertussen de vaginale swabs (met een witte of blauwe dop) die werden verzameld door onze deelneemsters. Daaruit bleek dat elke deelneemster een heel eigen en uniek vaginaal microbioomprofiel heeft. Om die grote hoeveelheid aan informatie verder een beetje overzichtelijk te kunnen weergeven, kozen we ervoor om te focussen op 12 belangrijke bacteriën die we regelmatig terugvonden in de vaginale swabs. Elke deelneemster ontdekt vervolgens welke bacterie haar dominante bacterietype was. Dat betekent dat deze bacterie een vierde (of zelfs meer) van de samenstelling van haar vaginale microbioom bepaalde op dat moment! Voor een aantal deelneemsters nam geen van deze 12 bacteriën een vierde van het microbioom in. Zij hadden dus op dat moment geen dominant type, maar ontvangen, net als de andere deelneemsters, ook een volledig overzicht van de verschillende bacteriën in hun swab.  

Naast bacteriën ontdekte onze deelneemsters ook of er al dan niet schimmel(s) aanwezig was of waren. Hier kozen we ervoor om te focussen op 2 soorten schimmels. Het is belangrijk om te weten dat schimmels bij veel vrouwen van nature in de vagina voorkomen en doorgaans geen klachten veroorzaken. In bepaalde situaties kunnen ze dan juist wel bijdragen aan vaginale symptomen, wat uiteraard gelinkt kan zijn aan ieders persoonlijke situatie (bijvoorbeeld het hebben van een vaginale schimmelinfectie). De resultaten die we met onze deelneemsters delen vormen dan ook geen medische diagnose, maar geven hen enkel een momentopname van hun vaginale microbioom op het tijdstip van de staalafname. 

Vaginale bacteriën en schimmels krijgen een paspoort

Kunnen we jou nog meer vertellen over die verschillende bacteriën en schimmels? Zeker en vast! We maakten een paspoort voor de 12 verschillende vaginale bacteriën en 2 soorten schimmels (zie lijstje hieronder) zodat iedereen uitgebreid kan kennismaken met de verschillende soorten en hun eigenschappen. Door de gigantische verscheidenheid aan bacteriën is er uiteraard nog meer te vertellen dan alleen die selectie van 12 bacteriën. Daarom zijn er ook categorieën ‘Overige bacteriën’ en ‘Overige schimmels’.  

Bacteriën

  • Lactobacillus crispatus
  • Lactobacillus iners
  • Lactobacillus jensenii
  • Lactobacillus gasseri
  • Lactobacillus mulieris
  • Fannyhessea vaginae
  • Gardnerella
  • Prevotella
  • Bifidobacterium 
  • Streptococcus 
  • Limosilactobacillus
  • Anaerococcus

Schimmels

  • Candida albicans
  • Malassezia

De inschrijvingen voor deze studie zijn afgelopen!