Van onzichtbare sporen naar stille bondgenoten: hoe microbiomen en ondergoed mee het verhaal vertellen na seksueel geweld 

Vandaag, op 25 november, de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen, willen we het niet alleen hebben over de omvang van het probleem, maar ook over wat er wél verbeterd kan worden in de praktijk. Enkele jaren geleden vertelde ik jullie over ons GeneDoe-project en de microbiële vingerafdruk. Nu kunnen we voor het eerst terugblikken met concrete cijfers: wat kunnen sperma, het vaginale microbioom en zelfs een slipje vertellen na seksueel geweld?

Vorig jaar luidde de VN-campagne: “Elke 10 minuten wordt een vrouw gedood. #NoExcuse.” Ons antwoord als onderzoeksteam? Zorgen dat forensische tools beter, zachter en eerlijker worden. Dat betekent: slachtoffers geloven, hen informeren dat ook kleding gebruikt kan worden als bewijsmateriaal, en nieuwe technieken ontwikkelen die verhalen van geweld aan het licht brengen  én  hun geloofwaardigheid versterken.

Van crime scene naar citizen science

Mijn parcours begon in de opleiding forensische biomedische wetenschappen aan de KU Leuven, waar elk spoor op een plaats delict potentieel bewijs is. Toen ik tijdens mijn doctoraat met ons allereerste Isala dochterproject, GeneDoe, aan de slag ging, stelde ik mij een nieuwe vraag: kunnen de microbiomen van vrouwen (d.i., de micro-organismen in de vagina en op de huid) niet alleen iets vertellen over hun gezondheid, maar ook over wat er met hen is gebeurd als ze seksueel geweld meemaakten?

Dankzij meer dan 3000 Isala-deelneemsters en de tien moedige vrijwilligers van GeneDoe kunnen we die vraag nu beantwoorden. Ons volledige onderzoek werd zojuist gepubliceerd in Microbiome, een toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift op het gebied van microbioomonderzoek. In deze blog deel ik graag enkele highlights met jullie. Het volledige artikel kan je hier lezen voor wie dieper wil duiken in de resultaten en hier vind je een kort filmpje met de samenvattingen van het artikel. 

In deze studie volgden we 10 vrouwen die zeven dagen achter elkaar telkens een nieuw paar ondergoed droegen. Elke ochtend namen ze een vaginaal staal voordat ze van ondergoed wisselden. Seks vond enkel plaats op dag 1 en dag 5. De stalen van de eerste vijf dagen werden direct geanalyseerd, de stalen van dag 6 en 7 werden opgeslagen om te kijken naar het effect van staalopslag op de resultaten.

Microbiomen als extra puzzelstukje

De doorbraak in ons onderzoek: met 71% nauwkeurigheid kunnen we voorspellen of iemand de laatste 24 uur geslachtsgemeenschap heeft gehad, gebaseerd op de samenstelling van het vaginale microbioom. Drie specifieke bacteriën blijken de sleutel te zijn: Streptococcus, Staphylococcus en Peptoniphilus. Ze nemen toe na seks en gedragen zich als tijdelijke ‘getuigen’ van wat er gebeurd is. In de gecontroleerde GeneDoe studie, waarin we stalen van 10 vrouwen analyseerden, haalden we een nog hogere nauwkeurigheid van 82%.

Maar de échte test kwam toen we dit model toepasten op 44 forensische stalen van slachtoffers van seksueel geweld. Stalen die al jaren bewaard lagen in de forensische DNA-laboratoria van Antwerpen. Het resultaat: 77% nauwkeurigheid!

Dit soort  bewijsmateriaal op activiteit-niveau, wat ons vertelt wat en wanneer er iets gebeurd is, kan in de toekomst een aanvulling vormen op de klassieke vraag “van wie is dit DNA?”, zolang het zorgvuldig gevalideerd wordt.


Ondergoed als stille getuige

Maar er was nog een extra verrassende ontdekking, die we in onze eerdere blog al aankaartten maar nu met harde data kunnen bevestigen: ondergoed blijkt een nog betere biologische getuige te zijn dan vaginale stalen zelf.

In de GeneDoe-studie zagen we dat ondergoed minstens even goed, en vaak beter, was dan vaginale swabs om sperma op te sporen met een PSA-test (een prostaat specifieke antigen test die een specifiek eiwit meet dat alleen door de prostaat wordt gemaakt, en dus ook in sperma wordt teruggevonden):

  • 80% van de onderbroeken testte positief de ochtend na seks (versus 90% vaginale stalen)
  • 70% testte nog positief na douchen en een nieuwe slip aantrekken (versus 50% vaginale stalen)
  • Zelfs na 72 uur bewaren op kamertemperatuur testten alle onderbroeken nog positief

Dit is enorm belangrijk! Waarom? Omdat 34,8% van slachtoffers doucht of een bad neemt voor ze medische hulp zoeken. En omdat het nemen van een vaginaal staal vaak als invasief ervaren wordt bij het onderzoek na seksueel geweld.

Ook konden we dit patroon bevestigen na het analyseren van 207 echte zaken van seksueel geweld: kleding en objecten (zoals condooms en beddenlakens) gaven 1,8 keer vaker positieve resultaten voor spermadetectie én leverden vaker een bruikbaar mannelijk DNA-profiel in vergelijking met stalen afgenomen van het lichaam zelf.

Maar… en dit is belangrijk:

Perfect is het niet, en dat moeten we eerlijk benoemen. 23% van onze microbioom-voorspellingen gaven een vals-negatief resultaat, wat betekent dat er wél seks was, maar het model dit niet detecteerde. Dit kan te wijten zijn aan de tijd tussen het incident en de staalafname, individuele variatie, of andere factoren.

Daarom: dit is géén wonderoplossing. Dit is een aanvullend instrument.

Een voorspellend model kan nooit als enig bewijs dienen. De angst dat slachtoffers niet geloofd worden, blijft reëel. Wat we wel bieden is een extra puzzelstuk dat gebruikt kan worden naast getuigenissen, DNA-analyse en andere bewijzen. Daarnaast zorgen we ervoor dat nieuwe technieken zoals microbioom-analyse niet tegen slachtoffers worden gebruikt, maar hen net ondersteunen.

Wetenschap in dienst van rechtvaardigheid

Wat maakt dit onderzoek zo speciaal? Jullie. De meer dan 6000 vrouwen die meededen aan Isala. Zonder jullie referentiedataset hadden we nooit kunnen begrijpen wat “normaal” is. Zonder die kennis over variatie door leeftijd, antibiotica, menstruatiecyclus… waren we nergens. Citizen science is niet zomaar een mooie term. Het is de basis waarop wij als wetenschappers kunnen bouwen. Van jouw badkamer naar het forensisch lab. Van taboe naar tool.

Ons onderzoek is net gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Microbiome. Maar publicatie is niet het eindpunt. Het is het startpunt voor verdere validatie, implementatie, en hopelijk (ooit) routinematig gebruik in forensische laboratoria. Intussen blijven we werken,blijven we vragen stellen, blijven we taboes doorbreken. Want geweld tegen vrouwen is niet alleen een juridisch of medisch probleem. Het is ook een wetenschappelijk probleem waar we oplossingen voor kunnen zoeken. Elke keer als een slachtoffer gehoord wordt, elke keer als een zaak opgelost wordt elke keer als bewijs het verschil maakt tussen gerechtigheid en straffeloosheid… dan telt het.

Meer weten?

Slachtoffer van seksueel geweld? Je bent niet alleen.

Er zijn hulplijnen beschikbaar gratis, vertrouwelijk, 24/7:

  • 1712: bellen, chatten of mailen met een professional
  • www.seksueelgeweld.be: informatie en hulp, ook anoniem
  • Zorgcentra na Seksueel Geweld: medische zorg, forensisch onderzoek, juridische hulp

Je hoeft hier niet alleen doorheen. Er is hulp. Er is steun. En er is gerechtigheid mogelijk.